Pijn rond de elleboog ontstaat meestal door overbelasting van de spieren van de onderarm. Een tenniselleboog bijvoorbeeld wordt vaak veroorzaakt door computerwerkzaamheden (en bijna nooit door tennis). Hierbij worden de strekkers van de pols (die aanhechten aan de buitenzijde van de elleboog!) dusdanig lang of vaak aangespannen dat er een overbelasting ontstaat. Dit kan ertoe leiden dat er in de spieren een soort ‘knoopjes’ ontstaan, die inmiddels beter bekend staan als myofasciale triggerpoints (MfTrP’s). Deze triggerpoints zijn zeer drukpijnlijk.
De meest voorkomende elleboogklacht is de epicondylalgie (vroeger epicondylitis lateralis genoemd), ofwel de tenniselleboog. Dit is een aandoening waarbij de strekkers van pols en vingers geïrriteerd zijn. Dit uit zich in pijn rond het ellebooggewricht aan de buitenzijde.
De golferselleboog (epicondylalgie medialis) is een soortgelijke aandoening waarbij juist de pols- en vingerbuigers geïrriteerd zijn. Hierbij treedt de pijn op aan de binnenzijde van het ellebooggewricht. Deze aandoening komt naar schatting van het Nederlands Huisartsengenootschap, ongeveer 10x minder vaak voor dan de klassieke tenniselleboog.
Elleboogklachten gaan regelmatig gepaard met andere verschijnselen zoals tintelingen, een doof gevoel in de armen/handen/vingers, krachtsverlies of bijvoorbeeld een verminderde coördinatie (fijne motoriek). Soms staan de klachten in relatie met andere nek-, schouder- en armklachten.
Overige en minder vaak voorkomende elleboogklachten zijn bursitiden (slijmbeursontsteking), arthrose/arthritis en hyperlaxiteit (te grote mobiliteit van het ellebooggewricht).